Thursday, October 20, 2016

/The Shaggs. Better than the Beatles/


The Shaggs. Better than the Beatles - even today. - Frank Zappa



The Shaggs was een Amerikaanse popband (drum, bas, gitaar) gevormd door drie zussen die door hun vader na twee weken muziekles de studio in werden gestuurd om een L.P. op te nemen. Ze konden hun instrumenten meer niet dan nauwelijks bespelen, waren ook al niet gezegend met muzikaal talent, maar hebben desondanks een fantastisch resultaat neergezet. 

De eerste langspeelplaat Philosophy of the World (1969) werd door New York Times als Maybe the best worst rock album ever made omschreven.

Tegelijkertijd werd de band door muzikale iconen als Carla Bley (They bring my mind to a complete halt), Jonathan Richman (The Shaggs convince me that they're the real thing when they sing) en Bonnie Riatt (The Shaggs are like castaways on their own musical island) de hemel in geprezen. 

Frank Zappa's Better than the Beatles - even today was niet alleen een grap ten koste van The Beatles. Philosophy was één van zijn favoriete albums. En The Shaggs eindigen op nummer 5 van Kurt Cobain's favoriete top 50!

Voordat we verder gaan, The Shaggs op Youtube: "My Pal Foot Foot.
In mijn 3e blog /Klassiek versus Pop (2): klankverschillen/ merk ik op: Het democratisch gehalte van de popmuziek, iedereen kan zonder enige kennis van zaken een bandje beginnen, heeft tot gevolg dat het een enorm divers en krachtig genre is. The Shaggs vormen hier het ultieme bewijs voor.
In The Shaggs speelt de drummer haar partij in een totaal onafhankelijk tempo van de overige twee instrumenten, idem dito de bassiste en idem dito de gitariste. Maar de samenzang klopt weer wel (en dat is onbedoeld knap). Met dit wonderlijke samenspel gaat deze groep zonder het te weten geheel voorbij aan alle conventies van  in de popmuziek! Deze muziek is vrijer dan Free-jazz!

Je moet dus even niet luisteren naar mooi of niet-mooi. Want vanuit traditioneel muzikaal oogpunt is dit heel erg niet-mooi. Nee, maar dit is hele rauwe muziek, elke conventie negerend, heel naief in een geheel eigen en volkomen consequent muzikaal vocabulaire. En daardoor ontroerend mooi: het is alsof je voor het eerst naar muziek luistert van een net ontdekte (elektrieke :)) Braziliaanse stam.
Volgende keer mindere goden, maar ook goed: The Beatles.

You may love their music or you may not, but whatever you feel, at last you know you can listen to artists who are real. - www.shaggs.com (discografie en songteksten)

bronnen: onder meer wikipedia/en

Sunday, September 11, 2016

/Colin Stetson - Sorrow, a reimagining of Gorecki’s 3rd Symphony (recensie)/


De saxofonist Colin Stetson is niet bang voor een beetje volume en transparantie in de uitvoeringen is ook niet altijd aanwezig. Dat is een keuze die hij maakt en dus een kwestie van smaak. 

Vrijdagavond (9 september 2016) voerde hij in het Muziekgebouw een herinterpretatie uit van de 3e symfonie van Górecki onder de naam Sorrow, a reimagining of Gorecki’s 3rd Symphony en de uitvoering was overeenkomstig de opname die hij uitbracht (cd en vinyl): luid en niet transparant. 

Persoonlijk vond ik het prachtig, maar mijn smaak is dat ik zeer kan genieten van een brei van geluid. Als je daar niet van houdt had je een uur pech met Colin Stetson afgelopen vrijdag.


Stetson is een virtuoze Amerikaanse (bas)saxofonist en bandleider in (free)jazz en extreme heavy metal met een geheel eigen stijl en klank. In zijn muziek hoor je veel minimal elementen en zijn speelstijl is doorspekt met de circulaire ademhaling (zie voetnoot) die het hem mogelijk maakt te spelen als een orgel. Hier twee muziekvoorbeelden
Voor wie de 3e symfonie (1976) van Górecki niet kent, hier een voorbeeld (over Gorecki en de Poolse avant-garde uit de jaren 60 van de vorige eeuw zal ik in een andere blog schrijven).
Góreckis 3e symfony is een zeer gevoelig werk met canonische elementen en minimale tonale wisselingen, waardoor, als deze optreden, deze een maximaal effect sorteren. De herinterpretatie van Stetson blijft dichtbij het origineel, maar hij heeft gekozen voor een andere klank (drie blazers, drie strijkers, twee gitaren, drums keyboard en Moog-synthesizer) en heeft bovenal gekozen voor versterking en een mix waarin de verschillende instrumenten niet altijd meer te onderscheiden zijn.
Live afgelopen vrijdag was het volume nog hoger (soms pijnlijk) en het gebrek aan transparantie nog extremer. Gezien de opname denk ik dat de uitvoering overeenkomstig was met Stetsons ideeën, en persoonlijk vind ik de herinterpretatie zeer origineel.

Groot minpunt: het was eenvoudigweg veel te hard. Het blijft een vanuit de popmuziek overgewaaid misverstand dat harder beter is. Netjes onder de 100 decibel blijven maakt evenveel indruk. Elke transparantie die er had kunnen zijn werd volledig weggevaagd.

Monday, September 5, 2016

/Frank Zappa en de link naar Edgard Varèse/

Reeds op jonge leeftijd was Zappa zeer geïnteresseerd in moderne muziek en was duidelijk dat hij er een onconventionele kijk op had. In 1963, twee jaar voor de dood van zijn idool Edgar Varèse (Varèse, lees mijn vorige blog: /Edgar Varèse - goniometrisch luisteren/)  trad de 23 jarige Zappa op in The Steve Allen Show als uitvoerend musicus met twee fietsen als klankbronnen:

SA: "How long have you playing bike, Frank?"
FZ: "About two weeks"
SA: "What do you do ordinarily, besides that?"
FZ: "I am a composer"

Zappa is nooit vies geweest van publiciteit, vandaar waarschijnlijk ook dit ludieke optreden, maar tegelijkertijd nam hij zijn  muziek wel degelijk zeer serieus. En je moet toch ook wel moed en vertrouwen in je eigen compositorische ideeën hebben om jezelf voor gek te zetten in een goed bekeken televisieshow. En daarom is dit YouTube fragment (Steve Allen show, Frank Zappa Playing music on a Bicycle 1963) ook leuk. Niet alleen vanwege de geestige opmerkingen van de gastheer ten koste van de gast, maar om te zien dat Zappa klank zeer serieus nam!

             

Een introductie 
Frank Zappa (1940-1993) was een zeer getalenteerd gitarist en componist/bandleider met een enorme productiviteit: 62 lp's/cd's vanaf 1966 tot aan zijn dood in 1993. Kom daar maar eens aan bij de gemiddelde popband! En uit de postume Zappa Vault (angstvallig commercieel bewaakt door de Zappa familie) zijn tot heden nog een kleine 40 extra exemplaren geperst. Dit laatste dat kan nog wel een kleine honderd jaar doorgaan en zal uit commerciële (lees artistieke) overwegingen ook zeker gebeuren.

Zappa heeft nooit 'makkelijke' of 'toegankelijke' popmuziek gemaakt, en hij bekleedt binnen de popmuziek onder meer daarom een cultstatus. Die cultstatus slaat denk ik meer op de fans dan op de muziek zelf: de fans kunnen namelijk naar 'moeilijke popmuziek' luisteren en daar zijn ze trots op. Zappa zelf had deze observatie kunnen maken in zijn kenmerkend lijzige dictie niet gespeend van enige ironie: "Yes folks, thats right! My fans can listen to dif-fi-cult music."
    (O ja, dan heb je ook nog een schismaatje tussen de liefhebbers van de 'oude Zappa' (meestal vrij slechte opnames uit de begintijd) en de nieuwe Zappa (vanaf ongeveer eind jaren 70) met al veel betere opnametechniek. De met name Serieuze-'Oude'-Zappa-Fan is een affectionado die Zijn muziek Zeer Serieus neemt en mijn kenschets dan ook niet zal waarderen zal. Wat mij betreft valt dat in dezelfde dogmatische categorie als mensen die Bach tot God bestempelen. Maar nu ben ik in enkele zinnen beland in de subcultuur die om muziek heen hangt in plaats over de muziek zelf te schrijven.)
De output van Zappa is dus een flink oeuvre van voornamelijk muziek door zijn eigen band gespeeld.  Het merendeel van zijn muziek valt onder de categorie 'pop' (incluis veel instrumentale nummers (en een aantal cd's) met zijn zeer herkenbare gitaarsolo's) maar de 5 of 10 procent klassieke werken worden steeds meer op waarde geschat op de klassieke concertpodia.

Popmuziek op het technisch niveau van klassieke muziek
In mijn oren is Zappa een klassiek componist die een popgroep gebruikte om zijn muziek uit te voeren. Zijn popmuziek was weliswaar zoals de meeste popmuziek eenvoudig van opbouw: een aantal coupletjes onderbroken door een refrein en eventueel wat tussenstukjes en tekstueel waren deze nummer mijns inziens weliswaar origineel (Zappa had een eigen kijk op de wereld) maar niet origineler dan de late Beatles of de Bonzo Dog Band of De Raggende Manne.

Nee, het bijzondere van zijn muziek was dat het alleen door goed onderlegde musici kon worden gespeeld: het was 'moeilijk' uitvoerbare muziek. Op de basismetriek van de pop lagen vaak zeer complexe 'rifjes' en 'licks' (melodische motieven) die delen van de maat in 7 deelden, in 9, 11 of 13 of een combinatie daarvan: Zappa deed niet daarin niet onder voor Stockhausen of Boulez, en hiermee introduceerde hij in de pop melodieën die normaal gesproken alleen in de modern klassieke muziek klonken.

En dat moesten zijn musici allemaal live kunnen spelen (zeer veel van Zappa's muziek zijn live opnames). Binnen de pop is ook dat uniek: popbands spelen over het algemeen een zeer beperkt repertoire (de eigen nummers) in tegenstelling tot jazz musici en klassieke musici die vrijwel alles kunnen spelen (eventueel op eerste gezicht).

Wat ook bijzonder was: Zappa verwachte van zijn musici dat ze een nummer in verschillende stijlen konden spelen: rock, reggae,  ballad et cetera. Live on stage besliste de meester op het laatste moment welke versie hij wilde spelen. Hiermee introduceerde hij een technisch niveau binnen de popmuziek dat tot dan toe was voorbehouden tot klassieke ensembles.

Zappa heeft popmuziek en klassieke muziek daadwerkelijk verenigd. Hij was componist en - letterlijk - de dirigent van zijn eigen muziek. Van het begin af aan waren zijn bandleden technisch zeer bedreven musici die de moeilijkste passages konden spelen. Zappa schreef zelfs zijn popmuziek op in notenschrift. En als een muzikant een verkeerd nootje speelde tijdens een repetitie of optreden (Zappa trad eindeloos veel op) dan hing hij of zij, want Zappa's gehoor was onverbiddelijk en hoorde precies wat afweek van de muziek in zijn verbeelding.

Zappa haalde de popmuziek uit zijn eenvoudigheid en tilde het naar klassiek niveau (bands als Yes en Led Zeppelin deden dat toch echt niet met hun gekunstelde structuurtjes): Zappa en zijn band stonden boven de technische status quo van de pop: het waren klassieke musici die toevallig een popinstrumentarium gebruikten en optraden buiten de gevestigde klassieke concertpodia.

De link naar Varèse
Persoonlijk luister ik graag en regelmatig naar Zappa's unieke gitaarsolo's. En daar ligt voor mij de link naar Varèse.

Over de invloed van Varèse op Zappa is veel geschreven en er is ook veel op het internet geplaatst, een leuk bijeffect van de enthousiaste Zappa fans: alles wat Zappa mooi vond, vinden zij nu ook mooi. Echter, als je Varèse kent en Zappa kent zul je Varèse's muziek niet makkelijk in Zappa's muziek herkennen. Althans: ik hoor het nauwelijks: soms in parallelle melodische motieven, maar daar was Varèse niet uniek in... 

Een heel goed aanknopingspunt echter om Varèse's invloed te begrijpen is het volgende citaat uit Zappa's autobiografie (The Real Frank Zappa Book):

"In my compositions, I employ a system of weights, balances, measured tensions and releases – in some ways similar to Varèse's aesthetic. The similarities are best illustrated by comparison to a Calder mobile: a multicolored whatchamacallit, dangling in space, that has big blobs of metal connected to pieces of wire, balanced ingeniously against little metal dingleberries on the other end. Varèse knew Calder, and was fascinated by these creations."

Ik kan me een interview herinneren waarin Zappa zegt dat hij 'in elkaar schuivende driehoeken voor zich zag als hij een gitaarsolo speelde. Als je een gitaarsolo van Zappa beluistert, kun je je daar iets bij voorstellen. Gooi eerst elk idee van gitaarsolo overboord: Zappa speelde geen clichématige solos van gemiddeld top-40 niveau, maar ingewikkelde geconstrueerde melodieën die vele malen beluistering nodig hadden om de structuur te herkennen. Ja, de structuur is er wel (zonder structuur geen melodie (of muziek) ten slotte) maar die geeft zich niet zomaar prijs.



De invloed van Varèse zat hem dus weer in het revolutionaire idee van georganiseerde klank. Dus niet de eeuwige blokkendoos organisatie van coupletje-coupletje-refreintje-coupletje-refreinthe-refreintje-slot (99% van de popmuziek), maar een architectonische opbouw of een wiskundige constructie. De geniale gitaarsolo's van Zappa weerspiegelen het genie van Varèse.

Friday, August 12, 2016

/Edgar Varèse - goniometrisch luisteren/

Edgard Varèse (1883 - 1965) was een zeer vooruitstrevend Frans componist die klankidealen had die in zijn tijd technisch helaas niet te realiseren waren. In mijn vorige blog over klankgebruik (in met name de popmuziek) merkte ik op dat het prettig zou zijn geweest voor Varèse als hij een eeuw later was geboren. Maar dat heeft niet mogen zijn.



Op zijn zeventiende ging Varèse in Parijs studeren, wiskunde en werktuigbouwkunde, maar schakelde al snel over naar muziekcompositie. Zijn bèta achtergrond bleef sterk doorwerken in zijn wijze van componeren. Varèse was een componist die in zijn oor composities opbouwde op basis van ideeën die eerder thuishoren in de goniometrie dan in de muziektheorie: lijnen, vlakken, bollen, kegels...

Varèse liep in zijn radicale moderniteit daarmee snel tegen zijn grenzen aan. Een aantal van zijn uitspraken:
  • "Ons muzikale alfabet is arm en onlogisch"
  • "Muziek is georganiseerde klank"
  • "Ik wil niet meer voor de oude werkkracht instrumenten schrijven en ik word beperkt door het gebrek aan adequate elektrische instrumenten... " (5 mei 1941 uit een brief aan Theremin)
  • "Ik droom van instrumenten gehoorzaam aan mijn gedachten" ... "die" ... "bijdragen aan een geheel nieuwe wereld van onverwachte klanken... "
  • "Als componisten worden we gedwongen instrumenten te gebruiken die al eeuwen onveranderd zijn. Net als ieder ander gebruiken de componisten tegenwoordig de vele gadgets die op de markt worden gebracht met veel plezier. Maar als ze geluiden horen die niet op violen lijken, of op blaasinstrumenten of slagwerk dat in een orkest kan worden gereproduceerd, komen ze niet op het idee deze geluiden te bestellen bij de moderne wetenschap. Maar die moderne wetenschap is er tegenwoordig wél op uitgerust om ze elke klank te leveren die ze maar willen."
Met het instrumentarium dat hem tot zijn beschikking stond was het dus behelpen. Zijn droom, zijn interne klankenwereld realiseren met elektrische instrumenten met onbeperkte klankkleur-mogelijkheden was destijds niet mogelijk. Er waren al wat elektrisch instrumenten (de Theremin en de Ondes Martenot komen uit jaren 30 van de vorige eeuw), en hoewel nieuw qua klankkleur, waren de klankkleurmogelijkheden vergelijkbaar met de mogelijkheden van de bestaande akoestische orkestinstrumenten en dus te beperkt voor Varèses wensen.

Kortom: Varèse heeft zodoende noodgedwongen voor het bestaande instrumentarium geschreven. Wat hem er overigens niet van weerhield om daarin zijn radicale ideeën door te voeren: de strijkers als groep schafte hij vrij snel af, en de hout- en koperblazers kregen samen met het slagwerk de hoofdrol. Er werden nieuwe instrumenten geïntroduceerd, bijvoorbeeld de elektrische sirene. En zelfs schreef hij een stuk alleen voor slagwerk alleen: "Ionisation" (1929–1931), daarmee het eerste klassieke stuk zonder melodie en akkoorden realiserend!

Het helpt om ruimtelijk inzicht te hebben bij het luisteren naar Varèse, het hielp mij althans als student. En het laat zien hoe revolutionair Varèse was in zijn denkbeelden. Laat eerst al je vooropgezette ideeën over muziek los, dat er een melodie moet zijn, iets van een metriek en dat er mooie samenklanken zijn die de melodie ondersteunen. Probeer dan drie dimensionaal een vlak voor te stellen, een straal die in de ruimte beweegt, het snijvlak tussen twee bollen. Als je met deze instelling naar Varèse luistert kun je zowaar enthousiast worden en de schoonheid in zijn muziek ontdekken. Voorbeeld: de klank van de sirene in Ionisation: met een klein beetje fantasie kun je deze klank voorstellen als een straal die de  slagwerk klanken (punten in de ruimte) doorsnijdt.

Luisterfragmenten op YouTube:
Het bijzondere is dus dat je voor deze muziek anders moet luisteren dan je tot nu toe gewend bent. Dat je je ideeën over hoe muziek moet klinken los moet laten. Als je dat niet doet zal je reactie zijn als de recensent die de première van Ionisation in Carnegie Hall (6 maart 1933) omschreef als  "a sock in the jaw."

Wat is nu de bijdrage geweest van Varèse geweest aan de muziek. Weinig componisten hebben gezegd door zijn muziek te zijn beïnvloed. En mijns inziens zijn zijn composities achterhaald, omdat wat hij nastreefde wegens gebrekkige techniek niet lukte: het als componist onbeperkt kunnen nastreven van onbeperkte klankidealen. Met de huidige stand van techniek is dat geen enkel probleem.

Maar zijn radicale muzikale ideeën (Muziek is georganiseerde klank is zéér radicaal; de muzikale parameter klank stond in de westerse muziekgeschiedenis als laatste parameter geboekstaafd) waren wél revolutionair. En daarmee heeft hij veel invloed gehad op de denkwijze van de volgende generatie componisten. Waaronder Frank Zappa, die ik ook als groot vernieuwer beschouw. Volgende keer meer hierover.  

Wednesday, August 3, 2016

/Klassiek versus Pop (2): klankverschillen/

In voorgaande blog heb ik aangegeven dat mijn inziens het belangrijkste verschil tussen klassiek en pop de zwevende versus de constante puls is.

Er is nog een groot verschil, een verbazingwekkend verschil: popmuziek ontstond als opvolger van rock 'n roll in de jaren 50 van de vorige eeuw en in de 60 jaar nadien is de verscheidenheid aan stijlen verbazingwekkend. Vooral verbazingwekkend is dat popmuziek een heel individuele klank heeft:  je hoeft maar een paar seconden te horen van een liedje en je weet meteen welke artiest of band de uitvoerder is. Kom daar maar eens om in de klassieke wereld: grofweg gezegd klinkt een orkest al eeuwen als een orkest en klinkt het ene adagio dus als het andere. Als je niet getraind bent door de orkestklank heen te luisteren, dan klinkt klassieke muziek inderdaad altijd hetzelfde. 

Klankkleur kortom. Klassieke muziek gaat daar bedroevend conservatief mee om en popmuziek juist zeer vooruitstrevend. In popmuziek wordt actief gewerkt met klankkleur. Elk bandje zijn eigen geluid. De Rolling Stones herken je meteen, maar Blauzung of Nick en Simon ook. 

Het begint al met de zanger(es). Omdat de popstem in principe niet geschoold is zijn de klankkleurverschillen tussen de popzangers erg groot.  Vervolgens heeft elke instrumentalist zijn eigen speelstijl en dus eigen klankkleur. Gitarist The Edge van U2 experimenteert uitgebreid met een batterij aan effecten om zelfs elk nummer net weer wat anders te laten klinken. De Beatkles trachtten op het Witte Album elk nummer totaal anders te laten klinken (en zijn daarin zeer geslaagd).

Het democratisch gehalte van de pop, iedereen kan zonder enige kennis van zaken een bandje beginnen, heeft tot gevolg dat het een enorm divers en krachtig genre is. De grote popartiesten en bands komen in het algemeen vooral niet van een muziekopleiding! 

Tot slot is er de opnamestudio: daar wordt bepaalt hoe de band gaat klinken, en dat behoeft niets van doen te hebben met hoe de band 'echt' klinkt. Is in de klassieke muziek het streven de opname zoveel mogelijk op de 'echte' live klank te laten lijken, in pop is de opnamestudio is een extra bandlid geworden met ongekende mogelijkheden. En het streven van 'echt' bestaat niet: de klank wordt geknepen, uitgerekt, alle richtingen op vervormd met apparaten die hier speciaal voor zijn ontwikkeld door muziekfabrikanten. Want er is veel geld te verdienen met bedenken van nieuwe geluiden. Synthesizers, effectapparatuur, sinds de jaren 80 hebben muziekfabrikanten eindeloos geïnvesteerd in klankmanipulerende apparatuur die klanken produceren die voorheen ondenkbaar werden geacht. De componist Edgar Varèse zou waarschijnlijk heel graag een eeuw later zijn geboren! 

De kracht van popmuziek: niet gekneed door opleidingen en democratisch. Het gevolg: de klank is de onderscheidende muzikale parameter.

Friday, July 22, 2016

/Klassiek versus Pop (1): een weinig gehoord onderscheid/


De titel van deze blog slaat op het feit dat ik te vaak heb moeten horen van de popliefhebber dat 'alle klassieke muziek op elkaar lijkt' en van de klassieke muziekliefhebber  'dat die eeuwige dreun in de popmuziek het tot een eenvormige brei maakt.' 

De conclusie die je hier uit kunt trekken is 1) dat men blijkbaar wel hoort tot wel genre een stuk muziek behoort, maar 2) men vindt dat alles binnen dat genre hetzelfde klinkt. 

Aangaande punt 2), mijn inziens heeft deze conclusie met vooroordelen van de luisteraar te maken. Men  wil zich beperken tot een snelle gevolgtrekking zonder de moeite te nemen echt te luisteren.

Ten eerste: wat is het verschil tussen klassieke muziek en popmuziek? Het is een misverstand dat klassiek of pop (en jazz) wordt gedefinieerd door de klank. Een misverstand dat klassiek klassiek is omdat het door een orkest of een strijkkwartet wordt uitgevoerd. Een misverstand dat popmuziek gedefinieerd wordt een continue 'boem' van meestal een drumstel. 
Want er zijn ook klassieke composities voor elektrische gitaar geschreven, neem het uur durende  "Ingwe"  van Georges Lentz. En popmuziek wordt niet gedefinieerd doordat het veelal een liedje is begeleid door drums, bas en gitaar: "Eleanor Rigby" van de Beatles voor zangstem en strijkkwintet bewijst het tegendeel. 

Wat wél een essentieel verschil is, is dat pop vrijwel altijd een zeer goed hoorbare regelmatige puls heeft. Meestal wordt deze puls voortgebracht door een zeer aanwezige drum te horen waarbij de overige instrumenten ook nog in dezelfde metriek meespelen. (Niet ritme! Ritme is de onderverdeling van de metriek, de puls). Klassieke muziek daarentegen heeft over het algemeen een onregelmatige metriek: het tempo verschilt gedurende het stuk nogal, soms zelfs binnen enkele tellen. Bovendien is er meestal geen ritme instrument dat de puls duidelijk aangeeft.  

De strakke metriek van popmuziek is juist de kracht ervan. De zwevende metriek van de klassieke muziek is juist de kracht van de klassieke muziek. 

Mijn theorie is dat de verstokte (aan puls verslaafde) popliefhebber problemen heeft de puls te horen in klassieke muziek, en daardoor niet goed in staat is de structuur te volgen (een structuur die vaak ook nog eens veel gecompliceerder is dan de eenvoudige liedjesstructuur in de pop). 

Aan de andere kant laat de verstokte klassiekemuziekliefhebber zich teveel afleiden door de prominente overheersende puls in de popmuziek en  beperkt zich daardoor teveel om meer te horen. 

En dit lijkt te kloppen: klassieke muziek die populair is bij ook popliefhebbbers heeft over het algemeen een zeer herkenbare én regelmatige puls: de Bolero van Ravel, het openingsdeel van Eine Kleine Nachtmuziek, de walsen van Johan Strauss (één van de redenen van succes van André Rieu), de Radetzky Mars (voor alle duidelijkheid ook nog flink ondersteund door slagwerk) , het eerste deel van de 5e van Beethoven (ta-ta-ta-taaaaaah), het slotkoor van de negende van Beethoven, ook een lekker strak stuk. En ga zo maar door.  

Dit onderscheid heb ik nog nooit eerder gelezen, terwijl het toch zo voor de hand liggend is.


/manifest: over smaak valt niet te twisten/



Columns, artikelen of recensies over muziek gaan mijns inziens te vaak louter over de smaak van de schrijver. Of het nu gaat om pop-, jazz- of klassieke muziek, de stukken gaan zelden over de muziek zelf.

Dat beschouw ik als een gemis. Er valt zoveel meer interessants over muziek te vertellen: over de compositie (de structuur,  compositietechnieken, over gekozen instrumentatie) over de opnametechniek (bij popmuziek een integraal onderdeel van de ‘klank’ van de band of artiest) of bijvoorbeeld over de kwaliteit.

Natuurlijk kan ik zeggen dat ik niet van de muziek van Nick en Simon houd en deze muziek daarmee afdoen, maar  als ik me daar niet toe beperk kan ik over deze muziek vertellen dat het compositorisch en opnametechnisch verdomde goed in elkaar steekt. Daar heeft mijn smaak niets mee van doen.  Hetzelfde geldt voor de heel vroege werken van Mozart: goede composities maar niet mijn smaak. 

Is de smaak van bijvoorbeeld een deskundige dan volkomen oninteressant? Nee, natuurlijk niet, maar smaak is voorspelbaar. Luister maar naar het radio-4 programma Diskotabel: de deskundigen beoordelen de verschillende fragmenten die ze beluisteren vanuit hun eigen voorkeur. Dus bij een recensent die van koel geregistreerde barok houdt, weet ik halverwege de uitzending wel wat zijn of haar oordeel zal zijn over een zoete Berlioz. 

 Ik vind dat persoonlijke smaak nieuwsgierigheid en openheid kan belemmeren. Als je naar de radio luistert en meteen doorzapt naar het volgende kanaal omdat je de  muziek niet mooi vindt, dan beperk je jezelf. En dat is zonde.

Het is juist leuk om iets te horen dat je oren prikkelt, nieuw voor je is, verfrist. Niet dat je verplicht de hele dag naar dance of gabber hoeft te luisteren, maar luister heel eventjes: wat is de kwaliteit van die muziek dat er zoveel mensen van genieten? En op het klassieke vlak: vraag je eens af waarin de kwaliteit schuilt van Sofia Gubaidulina’s muziek? En waarom zijn de composities van J.S.Bach eigenlijk zo goed? Als je met andere oren gaat luisteren, ontdek je dat er schoonheid bestaat in muziek waarvan je het nooit bevroedde. 

Ik hoop dat mijn blogs u zullen prikkelen out-of-the-box te gaan luisteren, u uitdagen tóch even te luisteren naar muziek waarbij u normaal gesproken doorzapt. Door te vertellen wát er bijzonder is aan een stuk muziek, met inhoudelijke argumenten te onderbouwen waarom iets goed is of niet. De verstokte klassiekemuziekliefhebber te stimuleren de kwaliteiten van popmuziek te ontdekken en de verstokte popliefhebber over te halen klassiek te gaan luisteren. En daarmee vooroordelen die zich makkelijk verbergen achter de persoonlijke smaak weg te nemen.

De stukken die ik ga plaatsen komen voort uit mijn muziekwetenschappelijke en compositorische kennis en zullen vaak informatief van aard zijn. Ik schrijf over het verschil tussen de diverse genres (wat is het verschil tussen klassiek en pop?), over componisten, over jazz, over popartiesten, over individuele composities. 

Rode draad is de kwaliteit van muziek. Wat maakt een muziekstuk goed? Of slecht? Daar zal af en toe zeker een kritische noot worden geplaatst, want muziek die op basis van smaak bewierookt wordt, zou op basis van kwaliteit wel eens finaal door de mand kunnen vallen. 

Over smaak valt niet te twisten. Over kwaliteit wel.

Maarten Regtien