Friday, July 22, 2016

/Klassiek versus Pop (1): een weinig gehoord onderscheid/


De titel van deze blog slaat op het feit dat ik te vaak heb moeten horen van de popliefhebber dat 'alle klassieke muziek op elkaar lijkt' en van de klassieke muziekliefhebber  'dat die eeuwige dreun in de popmuziek het tot een eenvormige brei maakt.' 

De conclusie die je hier uit kunt trekken is 1) dat men blijkbaar wel hoort tot wel genre een stuk muziek behoort, maar 2) men vindt dat alles binnen dat genre hetzelfde klinkt. 

Aangaande punt 2), mijn inziens heeft deze conclusie met vooroordelen van de luisteraar te maken. Men  wil zich beperken tot een snelle gevolgtrekking zonder de moeite te nemen echt te luisteren.

Ten eerste: wat is het verschil tussen klassieke muziek en popmuziek? Het is een misverstand dat klassiek of pop (en jazz) wordt gedefinieerd door de klank. Een misverstand dat klassiek klassiek is omdat het door een orkest of een strijkkwartet wordt uitgevoerd. Een misverstand dat popmuziek gedefinieerd wordt een continue 'boem' van meestal een drumstel. 
Want er zijn ook klassieke composities voor elektrische gitaar geschreven, neem het uur durende  "Ingwe"  van Georges Lentz. En popmuziek wordt niet gedefinieerd doordat het veelal een liedje is begeleid door drums, bas en gitaar: "Eleanor Rigby" van de Beatles voor zangstem en strijkkwintet bewijst het tegendeel. 

Wat wél een essentieel verschil is, is dat pop vrijwel altijd een zeer goed hoorbare regelmatige puls heeft. Meestal wordt deze puls voortgebracht door een zeer aanwezige drum te horen waarbij de overige instrumenten ook nog in dezelfde metriek meespelen. (Niet ritme! Ritme is de onderverdeling van de metriek, de puls). Klassieke muziek daarentegen heeft over het algemeen een onregelmatige metriek: het tempo verschilt gedurende het stuk nogal, soms zelfs binnen enkele tellen. Bovendien is er meestal geen ritme instrument dat de puls duidelijk aangeeft.  

De strakke metriek van popmuziek is juist de kracht ervan. De zwevende metriek van de klassieke muziek is juist de kracht van de klassieke muziek. 

Mijn theorie is dat de verstokte (aan puls verslaafde) popliefhebber problemen heeft de puls te horen in klassieke muziek, en daardoor niet goed in staat is de structuur te volgen (een structuur die vaak ook nog eens veel gecompliceerder is dan de eenvoudige liedjesstructuur in de pop). 

Aan de andere kant laat de verstokte klassiekemuziekliefhebber zich teveel afleiden door de prominente overheersende puls in de popmuziek en  beperkt zich daardoor teveel om meer te horen. 

En dit lijkt te kloppen: klassieke muziek die populair is bij ook popliefhebbbers heeft over het algemeen een zeer herkenbare én regelmatige puls: de Bolero van Ravel, het openingsdeel van Eine Kleine Nachtmuziek, de walsen van Johan Strauss (één van de redenen van succes van André Rieu), de Radetzky Mars (voor alle duidelijkheid ook nog flink ondersteund door slagwerk) , het eerste deel van de 5e van Beethoven (ta-ta-ta-taaaaaah), het slotkoor van de negende van Beethoven, ook een lekker strak stuk. En ga zo maar door.  

Dit onderscheid heb ik nog nooit eerder gelezen, terwijl het toch zo voor de hand liggend is.