Wednesday, August 3, 2016

/Klassiek versus Pop (2): klankverschillen/

In voorgaande blog heb ik aangegeven dat mijn inziens het belangrijkste verschil tussen klassiek en pop de zwevende versus de constante puls is.

Er is nog een groot verschil, een verbazingwekkend verschil: popmuziek ontstond als opvolger van rock 'n roll in de jaren 50 van de vorige eeuw en in de 60 jaar nadien is de verscheidenheid aan stijlen verbazingwekkend. Vooral verbazingwekkend is dat popmuziek een heel individuele klank heeft:  je hoeft maar een paar seconden te horen van een liedje en je weet meteen welke artiest of band de uitvoerder is. Kom daar maar eens om in de klassieke wereld: grofweg gezegd klinkt een orkest al eeuwen als een orkest en klinkt het ene adagio dus als het andere. Als je niet getraind bent door de orkestklank heen te luisteren, dan klinkt klassieke muziek inderdaad altijd hetzelfde. 

Klankkleur kortom. Klassieke muziek gaat daar bedroevend conservatief mee om en popmuziek juist zeer vooruitstrevend. In popmuziek wordt actief gewerkt met klankkleur. Elk bandje zijn eigen geluid. De Rolling Stones herken je meteen, maar Blauzung of Nick en Simon ook. 

Het begint al met de zanger(es). Omdat de popstem in principe niet geschoold is zijn de klankkleurverschillen tussen de popzangers erg groot.  Vervolgens heeft elke instrumentalist zijn eigen speelstijl en dus eigen klankkleur. Gitarist The Edge van U2 experimenteert uitgebreid met een batterij aan effecten om zelfs elk nummer net weer wat anders te laten klinken. De Beatkles trachtten op het Witte Album elk nummer totaal anders te laten klinken (en zijn daarin zeer geslaagd).

Het democratisch gehalte van de pop, iedereen kan zonder enige kennis van zaken een bandje beginnen, heeft tot gevolg dat het een enorm divers en krachtig genre is. De grote popartiesten en bands komen in het algemeen vooral niet van een muziekopleiding! 

Tot slot is er de opnamestudio: daar wordt bepaalt hoe de band gaat klinken, en dat behoeft niets van doen te hebben met hoe de band 'echt' klinkt. Is in de klassieke muziek het streven de opname zoveel mogelijk op de 'echte' live klank te laten lijken, in pop is de opnamestudio is een extra bandlid geworden met ongekende mogelijkheden. En het streven van 'echt' bestaat niet: de klank wordt geknepen, uitgerekt, alle richtingen op vervormd met apparaten die hier speciaal voor zijn ontwikkeld door muziekfabrikanten. Want er is veel geld te verdienen met bedenken van nieuwe geluiden. Synthesizers, effectapparatuur, sinds de jaren 80 hebben muziekfabrikanten eindeloos geïnvesteerd in klankmanipulerende apparatuur die klanken produceren die voorheen ondenkbaar werden geacht. De componist Edgar Varèse zou waarschijnlijk heel graag een eeuw later zijn geboren! 

De kracht van popmuziek: niet gekneed door opleidingen en democratisch. Het gevolg: de klank is de onderscheidende muzikale parameter.