Friday, August 12, 2016

/Edgar Varèse - goniometrisch luisteren/

Edgard Varèse (1883 - 1965) was een zeer vooruitstrevend Frans componist die klankidealen had die in zijn tijd technisch helaas niet te realiseren waren. In mijn vorige blog over klankgebruik (in met name de popmuziek) merkte ik op dat het prettig zou zijn geweest voor Varèse als hij een eeuw later was geboren. Maar dat heeft niet mogen zijn.



Op zijn zeventiende ging Varèse in Parijs studeren, wiskunde en werktuigbouwkunde, maar schakelde al snel over naar muziekcompositie. Zijn bèta achtergrond bleef sterk doorwerken in zijn wijze van componeren. Varèse was een componist die in zijn oor composities opbouwde op basis van ideeën die eerder thuishoren in de goniometrie dan in de muziektheorie: lijnen, vlakken, bollen, kegels...

Varèse liep in zijn radicale moderniteit daarmee snel tegen zijn grenzen aan. Een aantal van zijn uitspraken:
  • "Ons muzikale alfabet is arm en onlogisch"
  • "Muziek is georganiseerde klank"
  • "Ik wil niet meer voor de oude werkkracht instrumenten schrijven en ik word beperkt door het gebrek aan adequate elektrische instrumenten... " (5 mei 1941 uit een brief aan Theremin)
  • "Ik droom van instrumenten gehoorzaam aan mijn gedachten" ... "die" ... "bijdragen aan een geheel nieuwe wereld van onverwachte klanken... "
  • "Als componisten worden we gedwongen instrumenten te gebruiken die al eeuwen onveranderd zijn. Net als ieder ander gebruiken de componisten tegenwoordig de vele gadgets die op de markt worden gebracht met veel plezier. Maar als ze geluiden horen die niet op violen lijken, of op blaasinstrumenten of slagwerk dat in een orkest kan worden gereproduceerd, komen ze niet op het idee deze geluiden te bestellen bij de moderne wetenschap. Maar die moderne wetenschap is er tegenwoordig wél op uitgerust om ze elke klank te leveren die ze maar willen."
Met het instrumentarium dat hem tot zijn beschikking stond was het dus behelpen. Zijn droom, zijn interne klankenwereld realiseren met elektrische instrumenten met onbeperkte klankkleur-mogelijkheden was destijds niet mogelijk. Er waren al wat elektrisch instrumenten (de Theremin en de Ondes Martenot komen uit jaren 30 van de vorige eeuw), en hoewel nieuw qua klankkleur, waren de klankkleurmogelijkheden vergelijkbaar met de mogelijkheden van de bestaande akoestische orkestinstrumenten en dus te beperkt voor Varèses wensen.

Kortom: Varèse heeft zodoende noodgedwongen voor het bestaande instrumentarium geschreven. Wat hem er overigens niet van weerhield om daarin zijn radicale ideeën door te voeren: de strijkers als groep schafte hij vrij snel af, en de hout- en koperblazers kregen samen met het slagwerk de hoofdrol. Er werden nieuwe instrumenten geïntroduceerd, bijvoorbeeld de elektrische sirene. En zelfs schreef hij een stuk alleen voor slagwerk alleen: "Ionisation" (1929–1931), daarmee het eerste klassieke stuk zonder melodie en akkoorden realiserend!

Het helpt om ruimtelijk inzicht te hebben bij het luisteren naar Varèse, het hielp mij althans als student. En het laat zien hoe revolutionair Varèse was in zijn denkbeelden. Laat eerst al je vooropgezette ideeën over muziek los, dat er een melodie moet zijn, iets van een metriek en dat er mooie samenklanken zijn die de melodie ondersteunen. Probeer dan drie dimensionaal een vlak voor te stellen, een straal die in de ruimte beweegt, het snijvlak tussen twee bollen. Als je met deze instelling naar Varèse luistert kun je zowaar enthousiast worden en de schoonheid in zijn muziek ontdekken. Voorbeeld: de klank van de sirene in Ionisation: met een klein beetje fantasie kun je deze klank voorstellen als een straal die de  slagwerk klanken (punten in de ruimte) doorsnijdt.

Luisterfragmenten op YouTube:
Het bijzondere is dus dat je voor deze muziek anders moet luisteren dan je tot nu toe gewend bent. Dat je je ideeën over hoe muziek moet klinken los moet laten. Als je dat niet doet zal je reactie zijn als de recensent die de première van Ionisation in Carnegie Hall (6 maart 1933) omschreef als  "a sock in the jaw."

Wat is nu de bijdrage geweest van Varèse geweest aan de muziek. Weinig componisten hebben gezegd door zijn muziek te zijn beïnvloed. En mijns inziens zijn zijn composities achterhaald, omdat wat hij nastreefde wegens gebrekkige techniek niet lukte: het als componist onbeperkt kunnen nastreven van onbeperkte klankidealen. Met de huidige stand van techniek is dat geen enkel probleem.

Maar zijn radicale muzikale ideeën (Muziek is georganiseerde klank is zéér radicaal; de muzikale parameter klank stond in de westerse muziekgeschiedenis als laatste parameter geboekstaafd) waren wél revolutionair. En daarmee heeft hij veel invloed gehad op de denkwijze van de volgende generatie componisten. Waaronder Frank Zappa, die ik ook als groot vernieuwer beschouw. Volgende keer meer hierover.  

Wednesday, August 3, 2016

/Klassiek versus Pop (2): klankverschillen/

In voorgaande blog heb ik aangegeven dat mijn inziens het belangrijkste verschil tussen klassiek en pop de zwevende versus de constante puls is.

Er is nog een groot verschil, een verbazingwekkend verschil: popmuziek ontstond als opvolger van rock 'n roll in de jaren 50 van de vorige eeuw en in de 60 jaar nadien is de verscheidenheid aan stijlen verbazingwekkend. Vooral verbazingwekkend is dat popmuziek een heel individuele klank heeft:  je hoeft maar een paar seconden te horen van een liedje en je weet meteen welke artiest of band de uitvoerder is. Kom daar maar eens om in de klassieke wereld: grofweg gezegd klinkt een orkest al eeuwen als een orkest en klinkt het ene adagio dus als het andere. Als je niet getraind bent door de orkestklank heen te luisteren, dan klinkt klassieke muziek inderdaad altijd hetzelfde. 

Klankkleur kortom. Klassieke muziek gaat daar bedroevend conservatief mee om en popmuziek juist zeer vooruitstrevend. In popmuziek wordt actief gewerkt met klankkleur. Elk bandje zijn eigen geluid. De Rolling Stones herken je meteen, maar Blauzung of Nick en Simon ook. 

Het begint al met de zanger(es). Omdat de popstem in principe niet geschoold is zijn de klankkleurverschillen tussen de popzangers erg groot.  Vervolgens heeft elke instrumentalist zijn eigen speelstijl en dus eigen klankkleur. Gitarist The Edge van U2 experimenteert uitgebreid met een batterij aan effecten om zelfs elk nummer net weer wat anders te laten klinken. De Beatkles trachtten op het Witte Album elk nummer totaal anders te laten klinken (en zijn daarin zeer geslaagd).

Het democratisch gehalte van de pop, iedereen kan zonder enige kennis van zaken een bandje beginnen, heeft tot gevolg dat het een enorm divers en krachtig genre is. De grote popartiesten en bands komen in het algemeen vooral niet van een muziekopleiding! 

Tot slot is er de opnamestudio: daar wordt bepaalt hoe de band gaat klinken, en dat behoeft niets van doen te hebben met hoe de band 'echt' klinkt. Is in de klassieke muziek het streven de opname zoveel mogelijk op de 'echte' live klank te laten lijken, in pop is de opnamestudio is een extra bandlid geworden met ongekende mogelijkheden. En het streven van 'echt' bestaat niet: de klank wordt geknepen, uitgerekt, alle richtingen op vervormd met apparaten die hier speciaal voor zijn ontwikkeld door muziekfabrikanten. Want er is veel geld te verdienen met bedenken van nieuwe geluiden. Synthesizers, effectapparatuur, sinds de jaren 80 hebben muziekfabrikanten eindeloos geïnvesteerd in klankmanipulerende apparatuur die klanken produceren die voorheen ondenkbaar werden geacht. De componist Edgar Varèse zou waarschijnlijk heel graag een eeuw later zijn geboren! 

De kracht van popmuziek: niet gekneed door opleidingen en democratisch. Het gevolg: de klank is de onderscheidende muzikale parameter.